
‘De combinatie van technologie en maatschappelijke impact trekt mij het meest aan in deze opdracht’
Kwartiermaker Joke Bruining over het klantperspectief van de Nederlandse AI-fabriek
De Nederlandse AI-fabriek in Groningen krijgt steeds meer vorm. De kwartiermakers van de verschillende consortiumpartners werken al volop aan de voorbereiding van het expertisecentrum en de AI-supercomputer. Joke Bruining, senior projectmanager bij TNO Groningen en kwartiermaker namens TNO bij de Nederlandse AI-fabriek, richt zich vooral op het klantperspectief: hoe kunnen gebruikers optimaal ondersteund worden?
Onderstaand deel één van het interview:
Met haar achtergrond in informatica, ICT-management en publiek-private samenwerking kijkt Joke Bruining nadrukkelijk vanuit het klantperspectief naar het implementatieplan van de Nederlandse AI-fabriek. “Er staat straks iemand aan de deur met een idee. Dan moet duidelijk zijn wat wij kunnen bieden, welke ondersteuning nodig is en hoe we partijen verder helpen.”
Bruining studeerde Informatica aan de Universiteit Twente en begon haar loopbaan als programmeur bij het onderwijskundig centrum van de Universiteit van Twente. Al snel stapte zij over naar KPN Research, dat later onderdeel werd van TNO. Daarna werkte ze jarenlang in het hoger onderwijs en verschillende onderwijsinstellingen, onder meer als hoofd ICT en beleidsadviseur op het gebied van ICT in het onderwijs. Zij werkte ruim twaalf jaar bij de Hanzehogeschool Groningen. Vier jaar geleden keerde ze terug naar TNO. “Bij TNO werken ontzettend veel slimme en ambitieuze mensen aan maatschappelijk relevante innovaties”, vertelt ze. “Dat spreekt me enorm aan. Ik vond tijdens mijn studie eigenlijk al vooral de toepassing van technologie interessant. Natuurlijk wil ik weten hoe informatietechnologie werkt, maar uiteindelijk gaat het mij om de vraag: wat kun je ermee betekenen?”
Van DigiAgro naar de AI-fabriek
Binnen TNO houdt Bruining zich bezig met publiek-private samenwerkingen. Zo werkt ze onder meer mee aan DigiAgro. In dit project werken bedrijven en kennisinstellingen in Noord-Nederland samen aan de ontwikkeling, levering en het gebruik van robots en AI in de land- en tuinbouw.
“Een mooi voorbeeld van hoe met behulp van technologie de transitie naar een meer circulaire, natuurinclusieve landbouw kan worden gemaakt”, zegt ze. “Met de robots kunnen onder meer plantenziektes in een vroeg stadium worden opgespoord. De robots – waarvan de prototypes sinds kort al in productie zijn – verzamelen enorme hoeveelheden data en daarmee worden AI-modellen getraind die ziektes sneller herkennen. Dat levert niet alleen efficiency op, maar zorgt ook voor minder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Bovendien wordt de agrosector zo minder afhankelijk van schaars personeel.”
Juist die combinatie van technologie en maatschappelijke impact trok haar aan in de Nederlandse AI-fabriek. “Toen ik hoorde van de rol van kwartiermaker dacht ik meteen: dit project lijkt me ontzettend leuk en belangrijk, daar wil ik graag aan meebouwen.” Zij was al betrokken bij de AI-hub Noord-Nederland, die publieke en private partijen in de noordelijke regio helpt om de mogelijkheden van AI te ontdekken en deze op een betrouwbare manier in te zetten voor een toekomstbestendige samenleving. “Deze stap ligt heel erg in het verlengde hiervan.”
Sinds december werkt ze samen met de andere kwartiermakers aan de voorbereiding van de Nederlandse AI-fabriek. Daarbij richt zij zich vooral op het expertisecentrum, dat wordt gevestigd in het Niemeyer-gebouw in Groningen, en de ondersteuning van toekomstige gebruikers. “Toen ik aan boord kwam, ben ik begonnen met het finetunen van de laatste fase van het projectvoorstel dat is ingediend bij EuropHPC JU.”
Het klantperspectief centraal
Een essentieel onderdeel van haar werk was de afgelopen maanden het mede opstellen van het implementatieplan voor de Nederlandse AI-fabriek. Volgens Bruining lag de nadruk aanvankelijk sterk op de technische infrastructuur. “Het oorspronkelijke plan was vooral technisch ingestoken: de supercomputer, de software-stack en de infrastructuur. Maar uiteindelijk staat er straks ook gewoon iemand aan de deur met een vraag of idee. Dan moet duidelijk zijn hoe we die partij gaan begeleiden en wat daar allemaal voor nodig is.”
Samen met collega’s van TNO, SURF, AIC4NL en Samenwerking Noord werkte ze daarom aan een bredere aanpak. “We hebben echt gekeken vanuit de customer journey: wat moet er klaarstaan als over een tijdje de eerste gebruiker binnenkomt? Welke diensten, tools, software en ondersteuning zijn nodig?”
Zodra de handtekening van EuroHPC JU onder het plan staat, gaan de betrokken partijen op basis van wat er al beschikbaar is binnen de al in werking zijnde AI-fabrieken elders in Europa en binnen de consortiumpartners van de NLAIF, ontbrekende producten en diensten ontwikkelen. “We staan te trappelen om echt aan de slag te gaan!”
Deel twee van het interview 'Veel mensen weten nog niet goed wat de AI-fabriek concreet biedt'